OP ONTDEKKINGSTOCHT DOORHEEN HET ZWARTE CONTINENT

13-01-2018 00:00

“Welcome in Africa!”
De man met het bordje “An en Dajo Doingoood” in zijn handen verwelkomt ons hartelijk in de aankomsthal van de luchthaven. We kruipen in een aftands busje dat ons naar onze overnachtingsplaats in Entebbe brengt. Van hieruit reizen we de volgende dag verder naar Kampala, de hoofdstad van Oeganda en maken we kennis met het leefhuis van de Nederlandse vrijwilligersorganisatie “Doingoood” waar An vier weken lang deel van zal uitmaken. Hier scheiden ook tijdelijk onze wegen, want er was, ondanks de giften van onze gulle postmakkers, slechts budget voor één persoon om aan vrijwilligerswerk te doen en uiteraard is die eer voor An weggelegd. Ik zal al die tijd volledig op eigen kosten een stukje door Afrika reizen in afwachting dat we elkaar over exact 28 dagen zullen terugzien.


Kampala

Na een laatste innige omhelzing wuift An me vanuit de grote poort uit. Ik begeef me, geladen als een ezel met de grote rugzak op mijn rug en de kleine rugzak op de borst, op weg en ga op zoek naar transport dat me naar mijn vooraf geboekte hostel kan brengen. Je hebt twee opties. Ofwel kies je voor de gemakkelijkste, maar duurdere optie en houd je een taxi aan, ofwel kies je voor de avontuurlijkste optie en kruip je, met gevaar voor eigen leven, op een ‘boda boda’ (een motortaxi). De ‘boda boda’ is veruit de goedkoopste optie en het duurt niet lang of er stopt er al eentje vlak aan mijn voeten. De zwarte man vraagt onverwijld waar ik heen moet, maar ik twijfel. Ik heb veel bagage mee en er is geen helm ter beschikking. Ah foert, ik ding af op zijn voorgestelde prijs en bereik snel een akkoord. Ik laat mijn kleine rugzak door de bestuurder op de borst dragen en klauter ietwat onhandig achterop de tweewieler. Als een echte acrobaat baant mijn chauffeur zich een weg door het helse verkeer en na een nooit meer te vergeten rit van ruim twintig minuten lang, zet hij me veilig en wel af vlak voor de hostel.


Typische Oegandese 'boda boda'

Ik beslis om twee dagen in Kampala te bivakkeren, vooraleer ik het ruime sop kies. Even acclimatiseren en me zien aan te passen aan het Afrikaanse leven. Het duurt enkele uren tegen dat het mij terdege doordringt dat ik er nu helemaal alleen voor sta. Ruim vijftien maanden heb ik ervaring kunnen opdoen hoe ik me als rugzakreiziger kan redden in een totaal onbekend gebied, maar nu ik niemand meer heb om op terug te vallen, voelt het toch wat vreemd aan. In de hostel geraak ik aan de praat met een Amerikaan die voor vier weken in Oeganda rondreist en hij beveelt me enkele mooie plekken aan. Ik schrijf ze op en bedank hem voor de tips. Ik maak een wandeling doorheen Kampala waarbij me vooral de hardnekkige smoglaag, veroorzaakt door de vele vervuilende auto’s en brommers, opvalt. Ik ben precies terug in Zuid-Amerika, gniffel ik tegen mezelf. De lokale bevolking bekijkt me keer op keer van top tot teen met een op het eerste zicht vrij onverschillige blik. Tot je hen vriendelijk een ‘goeiedag’ toeroept, dan ontdooien ze helemaal en zijn ze zonder uitzondering bereid tot een uitbundig gesprek.


Het lokale biertje "Nile" met zijn 5,6% het zwaarste bier dat we tot nu toe gedurende heel onze reis zijn tegengekomen. Op de achtergrond ligt wat "jackfruit", versgeplukt van de bomen in de tuin...

Ik heb twee weken de tijd om vanuit Kampala naar Kigali (de hoofdstad van Rwanda) te reizen. In Kigali komt oude bekende Sander toe die ons tot halfweg februari zal vergezellen door de woeste Afrikaanse landschappen. De richting waarheen ik uit moet is dus vrij gemakkelijk: allereerst in zuidwestelijke richting tot de grens met Rwanda en daarna nog een korte rit tot de Rwandese hoofdstad. Ik plan slechts één tussenstop onderweg in een gezellige guesthouse aan de oevers van het afgelegen meer van Buyonyi. Om daar te geraken raadt de Lonely Planet me de “Postbus” aan. Ja, het klinkt misschien wat vreemd, maar de Post van Oeganda legt ook langeafstand reizigersbussen in die de verschillende uithoeken van het land aandoen.


Geleend van Google. De bus nemen in Oeganda is niet evident...

De vertrekplaats van de bussen doet me volledig terugdenken aan Guatemala en Nicaragua. De busterminal bevindt zich in het midden van de grote lokale markt en het is chaos troef. De bus zit overigens al zo goed als vol wanneer ik arriveer en ik wurm me tussen de vele gezinnen met kinderen door richting de laatste banken in de bus. Het angstzweet breekt me uit, want ik zie nergens nog een vrije zitplaats en iedereen staart me aan alsof ze een spook gezien hebben. Ik kan gelukkig nog ergens inschuiven in een rij waarbij we drie stoelen over vier man dienen te verdelen. De bus heeft geen toilet aan boord en de reistijd bedraagt zo’n acht uur. We zijn nog maar amper vertrokken of twee baby’s zetten al hun keelgat open en stoten daarbij zo’n dissonant gejengel uit dat ik vrees dat er ruiten zullen sneuvelen. De geur is bovendien bij momenten hoogst onaangenaam met zoveel zwetende lijven opeen gepakt. Dit belooft een leuk ritje te worden... Welcome in Africa!

Vorige    Blogoverzicht    Volgende