OP BEZOEK BIJ ENKELE ANDERE VRIJWILLIGERSPROJECTEN IN KAMPALA

03-03-2018 00:00

Vier weken lang heb ik kunnen werken als vrijwilliger in het Lubaga Hospital in de Oegandese hoofdstad Kampala. De organisatie die dit voor mij mogelijk maakte, was het Nederlandse ‘Doingoood’. ‘Doingoood’ zag het levenslicht in 2010 en organiseert naast vrijwilligerswerk ook buitenlandstage, onderwijsexpedities en betrokken reizen in Afrika. Ze werken samen met bestaande lokale projecten waarmee ze een duurzame langetermijnrelatie trachten na te streven. De organisatie ondersteunt deze projecten aan de hand van het inzetten van vrijwilligers en het geven van donaties via de ‘Doingoood foundation’. ‘Doingoood’ biedt mensen van alle leeftijden de kans om een inspirerende ervaring op te doen via allerlei projecten in Afrikaanse ontwikkelingslanden. De organisatie is actief in Tanzania, Malawi, Kenia en Oeganda en de thema’s waaruit je een project kunt kiezen zijn gezondheidszorg, crisisopvang, onderwijs, sociaal, special needs en wildlife. Voor elk wat wils dus.

Sommige van de vrijwilligers van ‘Doingoood’ verblijven in een gemeenschappelijk leefhuis in Kampala. Rondom mij had ik gedurende die vier weken telkens acht tot elf andere medebewo(o)n(st)ers met een leeftijd gaande van 18 jaar tot zelfs 65+! Elk van hen werkt als vrijwilliger op een eigen project ergens in Kampala en tijdens mijn vrije dagen zag ik de kans om eens mee te glippen naar twee van die projecten.


Uit eten met de medevrijwilligers!

Ik vergezel de Nederlandse dames Rosalie en Annick op hun laatste dag in een weeshuis. De kinderen die hier zitten zijn echter niet allemaal wees, want sommigen zijn weggehaald bij of gebracht door de ouders. Er zitten in het weeshuis ongeveer veertig kinderen met een leeftijd tot tien jaar. De bedoeling is om de kinderen na een periode terug met de ouders te herenigen of een nieuwe thuis te bezorgen in een warm en liefdevol gezin.


Een vrijwilligersproject in een Oegandees weeshuis

Op het moment dat we het domein betreden, komen de kinderen naar ons toegerend en willen ze allemaal je hand vastnemen of gedragen worden. Wat een overrompeling! De taak van Rosalie en Annick is zorgen voor de dagbesteding en lesgeven in het schooltje. Op die manier zorgen ze ervoor dat er ietwat structuur komt in het leven van de jonge kinderen.


Die kleine mannekes bij de les houden is duidelijk niet eenvoudig.

De dag start telkens met een halfuurtje spelen, zodat de koters wat energie kwijt raken vooraleer ze geconcentreerd les moeten volgen. Na een uurtje schrijven of rekenen is het terug tijd om te ravotten. Rosalie en Annick hadden de dag ervoor als verrassing de wanden van het schooltje beschilderd met verf waarop de kinderen kunnen krijten. Wanneer de kinderen elk een krijtje overhandigd krijgen en hun creativiteit de vrije loop kunnen laten gaan, zijn ze echt in de wolken. Al die blije gezichtjes en het enthousiasme geven Rosalie en Annick een gevoel van voldoening. Het is een mooie kers op de taart van hun vrijwilligerswerk.


Leren schrijven.


Zielsgelukkig met de krijtjes!

De twee Nederlandse verpleegkundigen Cora en Caroline werken als vrijwilligers in het brandwondencentrum van het Mulaga Hospital. Deze afdeling, waar plaats is voor 55 patiënten, werd opgericht in 2006 door een Nederlandse arts die inzag dat brandwonden in Oeganda een heel grote miskende problematiek was. De Oegandese overheid betaalt de artsen, de bedden en een deel van de behandelingen. Sommige materialen, zoals medicatie en verbanden voor brandwonden, zijn niet verkrijgbaar via de overheid en die moet de patiënt zelf ophoesten. Op deze afdeling liggen ook de patiënten voor plastische chirurgie. Dit zijn de Oegandezen die bijvoorbeeld een boda-boda ongeval hebben gehad en bijgevolg stukken huid of lichaamsdelen ontbreken. Zij krijgen hier hun behandeling of een noodzakelijk huidtransplantatie.


Het brandwondencentrum van het Mulaga Hospital


Ook kinderen kunnen er terecht.

Bijna iedere ochtend lopen de artsen de ronde doorheen de afdeling om de patiënten te bekijken, ontwikkelingen op te volgen en afwijkingen te signaleren. Daarna kunnen de effectieve verbandwissels en wondverzorging uitgevoerd worden door Cora, Caroline en de lokale verpleegkundigen. Ik krijg een déjà vu met mijn eigen ervaringen op de wondzorgafdeling van het Lubaga Hospital, hoewel hier echt álles gedaan wordt met steriele handschoenen, van uitpakken tot terug inpakken van de wonde. Gelukkig schrobben ze hier niet op de wonden, maar ze hebben daarentegen wel meer wonden die besmet zijn met pseudomonas aeruginosa, een soort bacterie. Naast het verpleegkundig werk maken Cora en Caroline ook tijd vrij om met de kinderen door te brengen. Zo zitten ze buiten te kleuren, maken maskers en er wordt gezongen en gedanst. Sommige personen liggen hier voor meerdere maanden en dan is een beetje afleiding welgekomen.  


Inspectieronde van de dokters


Het 'steriele' verzorgingsveld


Pijnlijke gevolg van een boda-boda ongeval. Huidtransplantatie van bil naar de beenwonde.


Een meisje met de aandoening 'noma'. Het is een vorm van gangreen van de binnenkant van de mond die kan uitbreiden naar de rest van het gezicht.


Caroline entertaint de kinderen.

Net op het moment van mijn bezoek is er een examen voor studenten geneeskunde aan de gang. Ze moeten bij verschillende patiënten vragen beantwoorden omtrent de conditie van de patiënt, de oorzaak van een wonde, mogelijke behandeling(en) voorstellen, etc... Het valt ons op dat geen enkele student parameters bekijkt en opneemt of gewoon de patiënt in zijn geheel eens bekijkt. Hier worden enkel en alleen de wonden goed bekeken. Iets verder kijken dan hun neus lang is, doet men niet. Het is nogmaals een signaal dat de opleidingen in de Oegandese gezondheidszorg tekort schieten.


Een ietwat mislukte kiesextractie...

Samen met Cora en Caroline bezoek ik een sloppenwijk in Kampala via de outreach: ‘verantwoord koken’. In Oeganda wordt veelal gekookt op hout of houtskool. De eenvoudige huizen in zo’n sloppenwijk bestaan vaak maar uit één of twee kamers waarin alles dient te gebeuren, dus ook het bereiden van eten. Er zijn geen goede rookafvoermogelijkheden en ook de kookpotten staan onstabiel waardoor er regelmatig ongelukken gebeuren. Veelal zijn kinderen de dupe en lopen ze (ernstige) brandwonden op ten gevolge van het vallen in een pot met kokend water. Daarom is het belangrijk dat er in het brandwondencentrum én in de sloppenwijken educatie wordt gegeven.


Bezoek aan een sloppenwijk.


De levensomstandigheden zijn er vaak triestig.


Terwijl de vrouwen koken, ontspannen de mannen zich met een spelletje pool.

De Oegandese medewerker van de outreach woont zelf in de wijk en geeft voorlichting aan de bewoners hoe ze verantwoord en veilig kunnen koken in afgesloten houten hokken, achter aluminiumplaten of in een hoekje. Heel wat vrouwen in deze wijk hebben gelukkig hun keukentje al op dergelijke wijze ingericht. Het gaat stilaan de goeie kant op, al is er natuurlijk nog een lange weg te gaan. 


Koken in een houten hokje.



Er is nog heel wat werk aan de winkel.

Tijdens onze tocht doorheen de sloppenwijk valt me op dat kinderen in vuile en kapotte kledij lopen. De kinderen zien ons aankomen, roepen “muzungu!” en komen naar ons toegerend. Als je hen een high-five geeft of je gaat met hen op de foto, dan zijn ze superblij en lopen ze heel trots naar hun vriendjes. Het is slechts een klein gebaar, maar het wordt meer dan gewaardeerd. 


Een tweeling


Het leven in een Oegandese sloppenwijk...

Met deze blogtekst zit mijn vrijwilligerswerk er definitief op! Er volgt eerstdaags nog een afsluitend blogbericht in deze miniblog over wat ik allemaal heb uitgespookt tijdens mijn vrije dagen in Kampala.

Vorige    Blogoverzicht    Volgende