DAGELIJKSE KAKKERLAKKEN IN SANTA MARTA

01-04-2017 00:00

“Goooaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaall de Cooloooombiiiaaaaaa!!” De weinige niet afgestapte Colombianen springen net niet recht wanneer Rodríguez Colombia in de 83ste minuut op voorsprong schiet in een belangrijke kwalificatiematch voor het wereldkampioenschap van 2018 tegen het zwakkere, maar erg stugge Bolivia. De radioverslaggever becommentarieert de match net zo gepassioneerd als was het een liveverslaggeving van de allereerste maanlanding op 20 juli 1969. Een tweetal uur eerder passeerden we nog aan het “Estadio Metropolitano Roberto Meléndez” in Barranquilla. De passagiers die van zin waren daar uit te stappen, waren erg makkelijk te herkennen. Trots dragen ze met z’n allen het Colombiaanse voetbaltruitje, zowel mannen als vrouwen. “Federación Colombiana de Fútbol” staat in grote letters boven het embleem. Het openbare leven valt dan haast volledig stil. Iedere Colombiaan die zich niet in het stadion bevindt, hangt aan een televisiescherm gekluisterd, steevast met een biertje in de hand. Colombia wint uiteindelijk de match met het kleinste verschil en staat weer een stap dichter om in juni 2018 af te zakken naar Rusland waar hét summum van het voetbalgebeuren zal plaatsvinden.

We zijn op weg naar Santa Marta. De stad aan de Caraïbische Zee is de oudste nog bestaande stad van Colombia. Ze werd in 1525 gesticht door de Spaanse veroveraar Rodrigo de Bastidas. In Santa Marta zelf is weinig te beleven. Ze dient vooral als uitvalsbasis voor rondom gelegen bezienswaardigheden en activiteiten.

Santa Marta is druk, erg druk. Koning auto, prins brommer en graaf bus regeren hier het land hand in hand. Meermaals slagen we er pas ter nauwer nood in om een agressief rijdende taxi te ontspringen door onze toevlucht te zoeken tot een onder water gelopen voetpad. Een adequaat werkende riolering is hier een utopie. De hostel is basic en erg goedkoop. De dagelijkse kakkerlakken in de slaapkamer moet je er dan maar bijnemen. Het is nu niet dat ik bang ben van die beestjes, ze doen immers niemand kwaad, maar leuk is anders. Heb dikwijls mijn maat 42 moeten bovenhalen, al was het maar om An een slaapvolle nacht te bezorgen. De zin: “aaaaargh, en ze kruipen áltijd onder mijn bed, he!” heb ik meermaals mogen horen. Moeilijk om mijn lach dan in te houden. Blij dat mijn schoenen toch nog eens van nut zijn. Ik had stilaan het gevoel dat ik ze voor niets had meegenomen…

We hebben ondervonden dat het niet overal even veilig is in Colombia. Een wakkere politieagent zag ons wandelen naar een blijkbaar erg onveilige buurt en interpelleerde ons op een erg vriendelijke wijze om te weten te komen wat onze bedoelingen waren. We hadden al een licht vermoeden dat we niet goed bezig waren, want we werden eerder door verschillende Colombianen nagefloten. We wilden er niet op reageren, want mijns inziens zijn er vriendelijkere manieren om contact te zoeken. Enfin, wandelen naar het dorpje Taganga was dus geen optie. Op de enige weg er naar toe wemelt het er van de dieven en boeven die het vooral op de toeristen hebben gemunt. De agent adviseerde ons nadrukkelijk om de bus of een taxi te nemen.

Het visserdorpje Taganga staat bekend voor de vele duikmogelijkheden. Oorspronkelijk hadden we een scubaduiksessie gepland, tot ons oog toevallig viel op de mogelijkheid om te paragliden dieper in het binnenland. Daar dergelijke activiteiten naar onze normen een bom geld kosten, moeten we vaak kiezen. De keuze echter was érg snel gemaakt. Paragliden is iets wat we beiden nog nooit hebben gedaan, dus onze volgende bestemming wordt Bucaramanga, een grote stad in bergen van Colombia met veel thermiek wat ideale omstandigheden zijn om te paragliden. In een volgend blogbericht meer daarover! Het dagje Taganga werd ingevuld met een ligsessie op het strand, subtiel starend naar de vele mooie Colombiaanse vrouwen. An daarentegen heeft moeite om een ‘snelle’ Colombiaan te vinden. Kieskeurig? Ik prijs me gelukkig.


Ok, ik geef het toe, erg subtiel was mijn blik niet...

Het “Parque Nacional de Tayrona” ligt op zo’n 35 kilometer ten oosten van Santa Marta en is volgens de Lonely Planet een must-see. Toen wij echter de toegangsprijs zagen waanden we ons precies terug in Costa Rica. Vijftien euro durven ze hier vragen voor wat bomen en vele stranden die blijkbaar overspoeld worden door Europeanen. Nah, we keken eens verder in onze reisgids en richtten onze pijlen op het bergdorpje Minca, gelegen op zo’n veertien kilometer van Santa Marta. Het is slechts 45 minuten rijden met het openbaar vervoer, maar je waant je in een totaal andere wereld. Rust, frisse berglucht en erg vriendelijke mensen kwamen ons tegemoet. Genieten! We namen onze intrek bij de lokale Colombiaan Daniel die ons met open armen verwelkomde. Zijn huisje was erg basic, maar na onze avonturen in Guatemala zijn we wel meer gewend. We maakten een zes uur durende hikingtocht doorheen het mooiste aan natuur dat Colombia te bieden heeft en beleefden de climax op een prachtig uitkijkpunt over de Colombiaanse bergen. De sporadische regenbuien namen we er graag bij. Ook mijn paraplu mocht na lange tijd nog eens proeven van verse lucht. Aanrader als je even genoeg hebt van het drukke stadsverkeer!


Leuke watervallen tijdens onze hike. Jammer van de regen...

Minca centrum. Alles klein en compact hier.


Eén van onze mooiste foto's van de reis tot nu toe. Indrukwekkende natuur!


Viewpoint over de bergen en in de verte Santa Marta onder een smoglaag...

Het is tijd om definitief afscheid te nemen van de Caraïbische Zee. Ruim zes maanden lang genoten we van zijn aangename gezelschap. We hebben samen mooie (duik)avonturen en vele prachtige zonsondergangen beleefd. We zetten verder koers naar het zuiden. Colombia lost voorlopig al zijn verwachtingen in en het wordt alleen maar mooier, daar zijn we rotsvast van overtuigd!

Word postmakker en steun ons in onze plannen om vrijwilligerswerk in Afrika te verrichten! Klik hier!

Vorige   Blogoverzicht   Volgende