CITYTRIPPEN IN BOLIVIA

06-08-2017 00:00

We verbleven even in Potosí. De stad ligt zeer hoog (4090 meter) en claimt de titel van hoogste stad ter wereld. Potosí dankt zijn ontstaan aan de ontdekking van zilvererts in de Cerro Rico (Rijke Berg) in 1544. De mijnen zelf zijn nu nog steeds bemand, maar de arbeiders moeten er werken in erg triestige omstandigheden. Je kan er met een georganiseerde uitstap naartoe gaan, maar ik zou me er een ramptoerist voelen, dus sloegen we dit uitstapje over. Dat er anno 2017 nog steeds in mijnen wordt gewerkt, daar kan ik niet bij. De arbeiders bereiken meestal niet eens de leeftijd van 40 jaar door de erg slechte werk- en leefomstandigheden…


Potosí

De stad zelf stelt niet veel voor ondanks dat UNESCO Potosí tot werelderfgoed uitriep in 1987. Je ziet auto’s, bussen en vrachtwagens rondrijden, die bij ons in de jaren ’80 en ’90 de dienst uitmaakten. De erg slecht onderhouden en zonder uitzonderingen lelijke uitlaatgassen uitstotende voertuigen zijn baas over de stad. Je loopt continu in een verstikkende walm van diesel en benzine. De grote hoogte speelt hier natuurlijk ook een rol in. Ocharme de lokale kinderen, als ouder heb je nog een keuze om daar te wonen, maar voor die kinderen is het een voldongen feit. Ik voorspel daar een enorme toename aan long- en keelkankers komende jaren, dat kan niet anders… Nee, Potosí, absoluut niet de moeite waard.


Catedral San Francisco



Wel prachtige koloniale gebouwen te zien


Begraafplaats van Potosí


Voor de autoliefhebbers onder ons, zie hier: een volkswagen Brasilia! Deze wagens werden maar in drie landen gefabriceerd (Brazilië, Mexico en Nigeria) tussen 1975 en 1982. Ik wist zelfs niet eens van hun bestaan af voor ik deze jongen voor de deur van onze hostel geparkeerd zag staan.

Dan is Sucre veel leuker. Hoewel La Paz de administratieve hoofdstad van Bolivia is, wordt Sucre echter door iedereen aanzien als de échte hoofdstad van het land. Tegenwoordig geldt de oude binnenstad van Sucre als de best bewaarde Spaanse koloniale stad in Zuid-Amerika, met zeer veel witte gebouwen. In 1991 werd deze binnenstad dan ook opgenomen in de Werelderfgoedlijst. We verbleven er enkele uren en hadden het er erg naar onze zin.


Sucre


Prachtige koloniale gebouwen sieren het stadscentrum van Sucre.


Plaza 25 de mayo


Sucre is een hele leuk stad om te bezoeken!

Op weg naar en van Sucre kregen we prachtige uitzichten voorgeschoteld. Geniet van de foto's en reis even met ons mee!

Om af te sluiten nog deze anekdote. Busreizen in Bolivia zijn spotgoedkoop, maar weet wel dat als je voor de goedkoopste busmaatschappij kiest, hun materieel navenant is. De bus naar Sucre was tamelijk aftands, maar voor een ritje van drie uur nog doenbaar. Toen we een kwartier na het vertrekuur nog steeds niet op weg waren, had ik het geniale idee om de lokale bevolking eens te imiteren. Zij slaan vanop hun zitje op het raam terwijl ze luidkeels “VAMOS!” roepen. Aan het woordje “vamos” ben ik niet toegekomen, want na een drietal keer kloppen op het raam, lag deze in duizend stukken aan diggelen. De onverwachte frisse lucht op mijn gezicht deed me huiveren en het eerste wat in mij opkwam was: hoe red ik me hier uit…


De bewuste ruit...

De motor van de bus wordt stilgelegd en de chauffeur komt bij je verhaal halen. Het is belangrijk om op dat moment het hoofd koel te houden en ik was dankbaar dat ik me ietwat vlot in het Spaans kon uitdrukken. Ik begon een verhaal af te steken over een irritante vlieg die op de ruit zat en die ik wilde doodkloppen en dat de ruit plots brak. Vooraleer de chauffeur me van antwoord kon dienen, vervolgde ik mijn verhaal vlug verder en ik verhof mijn stem om van m'n oren te maken dat hun materieel erg gebrekkig is, terwijl ik wild gesticulerend wees naar andere ruiten die ook al enkele barsten bevatten. "Levensgevaarlijk is dat!", riep ik tegen hem met een uitgestreken gezicht. De chauffeur keek wat ongemakkelijk om zich heen en ook de andere passagiers keken met grote ogen onze richting uit. Uiteindelijk slikte hij mijn verhaaltje, mochten we ons verplaatsen en de ruit werd op erg amateuristische wijze afgeplakt.

Het leek ons een wijs idee om een halte vroeger dan de terminal uit te stappen, ons subtiel vermengend met enkele lokale reizigers. De chauffeur liet ons passeren en zei geen woord meer. Ik denk dat hij eerder bang was dat wij een klacht zouden indienen over hun krakkemikkig materieel, dan dat wij schrik van hem moesten hebben. Enfin, hier zijn we gelukkig zonder kleerscheuren van af gekomen. Vanaf nu blijf ik met mijn tengels van die verdomde ruiten af...

Vorige   Blogoverzicht   Volgende